Nieuwe wet van 22 maart 2017 in werking op 1 april 2017 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke.

De nieuwe wet van 22 maart 2017 treedt in werking op 1 april 2017.

De directe omgeving van een geesteszieke wordt meer betrokken bij een verplichte opname in een psychiatrische instelling of een verplichte verpleging in een gezin.

De rechter moet de directe omgeving horen voor hij een beslissing neemt.

En ook de communicatie over gerechtelijke en andere beslissingen rond de opname wordt op punt gezet. De partner en de andere ouder van de eventuele kinderen worden ingelicht over een heel pak beslissingen.

Hoorplicht

Om de rechter die beslist over de opname ter observatie of over het verdere verblijf een beter beeld te geven van de situatie waarin de geesteszieke zich bevindt, moet hij voortaan de directe omgeving horen. In zoverre dat mogelijk is. Tot de directe omgeving van de geesteszieke behoren:

*de echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner of de persoon met wie de zieke een feitelijk gezin vormt (bv. de  

  feitelijk samenwonende partner of een o       ouder, broer of zus);

*alle bloedverwanten tot de tweede graad (bv. broers, zussen, ouders, grootouders);

* iedereen die instaat voor de dagelijkse zorg van de zieke of die hem begeleidt; en

* diegene die het observatieverzoek heeft ingediend.

Als de zieke het ouderlijk gezag heeft over een kind, dan wordt ook de andere ouder of diegene aan wie het kind is toevertrouwd, gehoord. Is de zieke zelf minderjarig dan hoort de rechter zijn wettelijke vertegenwoordigers (bv. ouders of voogd).

Via die nieuwe hoorplicht moet de rechter in staat zijn om zich een zo volledig mogelijk beeld te vormen van de gezondheidstoestand, de levensomstandigheden en de psychosociale omkadering van de zieke.

Naast de mensen die hij verplicht moet horen, kan de rechter - als hij dat nodig vindt - ook nog andere mensen horen. En uiteraard hoort hij ook de zieke zelf.

Tot nu besliste de rechter volledig zelf welke mensen hij eventueel hoorde voor hij een beslissing nam. Van een verplichte hoorplicht was geen sprake.

Nog dit. Die nieuwe hoorplicht van de directe omgeving geldt ook wanneer de rechter zich uitspreekt over een vordering tot verpleging binnen een gezin.

Betere communicatie

De wetgever verbetert ook de communicatie met de directe omgeving van de geesteszieke. Zodat zij zich beter kunnen voorbereiden op een eventuele terugkeer in het gezin of op een langere opname. Daarom wordt de echtgenoot, de wettelijk samenwonende partner of de persoon met wie de zieke een feitelijk gezin vormt, ingelicht over een aantal gerechtelijke en andere beslissingen rond de opname van de zieke. Als de zieke het ouderlijk gezag heeft over een kind wordt ook de andere ouder of de persoon aan wie het minderjarige kind is toevertrouwd (bv. de grootouders) ingelicht.

Ze worden onder meer ingelicht over

* het vonnis over de vordering tot opneming ter observatie (via een afschrift van het vonnis);

* de beslissing van de procureur des Koning over de opname ter observatie in dringende gevallen; en

* het vonnis over de verplichte verpleging binnen een gezin.

Zij worden ook ingelicht over de toelating van de geneesheer van de instelling om de instelling voor een beperkte tijd of deeltijds (overdag of ’s nachts) te verlaten. De arts kan daar toestemming voor geven gedurende de observatieperiode en ook gedurende het eventuele verdere verblijf. Die beslissing moet - vóór ze uitgevoerd wordt - gemeld worden. De directeur van de instelling staat daarvoor in. Hij meldt ze niet alleen aan de partner of de persoon met wie de zieke een feitelijk gezin vormt en aan de andere ouder of aan de persoon aan wie het kind is toevertrouwd. Maar ook aan de magistraat die de beslissing heeft genomen, aan de rechter voor wie de zaak aanhangig is, aan de procureur des Konings, aan de persoon die de observatie heeft gevraagd en aan de wettelijke vertegenwoordiger van de zieke.

De partner of de persoon met wie de zieke een feitelijk gezin vormt en de andere ouder van het kind worden ook ingelicht over de vroegtijdige beëindiging van de opname ter observatie. Normaal duurt die periode 40 dagen maar zij kan vroeger stoppen na een beslissing van de rechter, de procureur des Konings of de geneesheer-diensthoofd van de instelling.

Zij worden ook ingelicht over de gerechtelijke beslissing om de zieke na de observatieperiode in de instelling te houden. Of over het verdere verblijf binnen een gezin. En over de beslissing om de maatregel ‘verpleging in het gezin’ te veranderen of de betrokkene ter observatie op te nemen in een psychiatrische dienst.

Tijdens het verdere verblijf van de zieke in de instelling (dus na de observatieperiode) kan de geneesheer-diensthoofd beslissin tot nazorg buiten de instelling. Ook van die beslissing worden zij op de hoogte gesteld. Vóór ze wordt uitgevoerd.

Verder worden ze ook verwittigd van een overplaatsing naar een andere psychiatrische dienst. En van de beslissing van de geneesheer-diensthoofd om een eind te maken aan het verdere verblijf. Vóór het ontslag.

Tot slot worden ze ook ingelicht over een vonnis of arrest in hoger beroep.

Langere nazorg

Tijdens het verdere verblijf van de zieke in de instelling - na de observatieperiode - kan er beslist worden tot nazorg buiten de instelling. Die periode van nazorg was tot nu beperkt tot één jaar. Maar die maximumduur van één jaar wordt nu geschrapt.

 JURA 23.03.2017 auteur : Ilse Vogelaere

Voor meer informatie. Contacteer in ons kantoor :Voorlopig bewindvoerder Jo DEWEZ advocaat partner

 

Nieuwe wet van 22 maart 2017 in werking op 1 april 2017 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke.
Nieuwe wet van 22 maart 2017 in werking op 1 april 2017 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke.