Een grootschalig gebrek valt (toch) niet onder de 10-jarige aansprakelijkheid van aannemer en architect.

 

 Gouden raad door Jo DEWEZ, specialist bouwrecht:

Om een beroep te kunnen doen op de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer en architect volstaat het niet dat er zich een omvangrijk gebrek in een gebouw voordoet.

Er moet daarentegen onderzocht worden of het gebrek de stabiliteit van een gebouw of een essentieel onderdeel ervan in gevaar brengt of kan brengen. Het zou namelijk perfect kunnen dat een gebrek zich over bijna het volledige gebouw uitstrekt, maar dat het geen enkel risico voor de stabiliteit van het gebouw met zich meebrengt. Net dat stabiliteitsbedreigend karakter is een essentiële voorwaarde om van de tienjarige aansprakelijkheid te kunnen spreken.

Feiten: 

Het geschil ontstond door werken die uitgevoerd werden in 1995 naar aanleiding van de bouw van een fabriek en bijhorende kantoren. Enkele jaren na de voltooiing van de werken bleek dat de tegelvloeren loskwamen. In eerste instantie dagvaardde de bouwheer in 2002 de aannemer en de architecten in kortgeding om de aanstelling van een deskundige te bekomen. Vervolgens, in 2006, dagvaardde men de aannemer en architect voor de rechtbank om de zaak ten gronde te beslechten.

De bouwheer vorderde een schadevergoeding op grond van de tienjarige aansprakelijkheid van de aannemer en architect. De rechter in eerste aanleg veroordeelde zowel de aannemer als de architect tot het betalen van een schadevergoeding aan de bouwheer. Tegen dit vonnis werd hoger beroep aangetekend. De architect betwistte dat de voorwaarden om een beroep te doen op de tienjarige aansprakelijkheid vervuld waren met het argument dat het loskomen van de tegelvloeren geen ernstig gebrek was dat de stabiliteit van het gebouw in het gedrang bracht of kon brengen. De rechters in hoger beroep deelden deze mening niet en aanvaardden de tienjarige aansprakelijk. Zij motiveerden dit door te stellen dat de problematiek van het loskomen van de tegels zich over vrijwel het volledige gebouw voordeed zodat het ging om een ernstig gebrek dat van aard was om de stabiliteit van het gebouw in het gedrang te brengen.

Tegen deze beslissing werd door de architect een voorziening in cassatie ingesteld.

Oordeel van het Hof van Cassatie:

Volgens het Hof van Cassatie is het aan de rechter om in feite te beoordelen of een gebrek de stabiliteit van een gebouw of een belangrijk deel ervan in gevaar kan brengen. Het is de rechter echter verboden om uit de gedane vaststellingen gevolgen af te leiden die er geen verband mee houden of daardoor onmogelijk kunnen worden verantwoord.

De gerechtsdeskundige had vastgesteld dat de problematiek van het loskomen van de tegels zich over vrijwel het volledige gebouw uitstrekte en dat de oorzaak hiervan te vinden was in enerzijds de slechte verlijming van de tegels en anders het niet voorzien van uitzetvoegen.

Enkel uit de omstandigheid dat het loskomen van de tegels zich over bijna het volledige gebouw uitstrekt, kan niet zomaar gesteld worden dat het gebrek de stabiliteit van het gebouw in gevaar brengt.

Jo DEWEZ, advocaat partner DEHAESE & DEHAESE Advocatenkantoor

 bouwrecht en onroerend goed

Een grootschalig gebrek valt (toch) niet onder de 10-jarige aansprakelijkheid van aannemer en architect.
Een grootschalig gebrek valt (toch) niet onder de 10-jarige aansprakelijkheid van aannemer en architect.