ONMIDDELLIJKE AANHOUDING BIJ VEROORDELING DOOR RECHTBANK VANAF NU SLECHTS MOGELIJK BIJ ZWARE GEVANGENISSTRAF

De wet bepaalt dat de onmiddellijke aanhouding kan worden opgelegd bij de veroordeling tot een gevangenisstraf.  De drempel hiervoor is recent gevoelig verhoogd !

 

De Wet betreffende de Voorlopige Hechtenis voorziet reeds lang dat rechtbanken een onmiddellijke aanhouding kunnen bevelen.  Dit bevel is onmiddellijk uitvoerbaar,   tegen deze beslissing is dus geen hoger beroep of verzet mogelijk. Met de nieuwe wet van 21 december 2017,   van toepassing sedert 21 januari 2018, wordt de wettelijke drempel om deze maatregel uit te kunnen spreken verhoogd.

 

Hoe gaat dit nu in zijn werk? Het openbaar ministerie kan een onmiddellijke aanhouding eisen zo te vrezen valt dat de beklaagde of de beschuldigde zich aan de uitvoering van de straf zal onttrekken,  dus op de vlucht zal slaan.  De rechtbank kan in die omstandigheden de onmiddellijke aanhouding bevelen maar zal moeten motiveren welke omstandigheden van de zaak die vrees onderbouwen.

Voor de duidelijkheid:  deze onmiddellijke aanhouding is geen bijkomende straf maar een beveiligingsmaatregel met doel te vermijden dat de veroordeelde zou vluchten alvorens zijn straf kan worden uitgevoerd.

 

Voorheen kon de onmiddellijke aanhouding opgelegd worden bij veroordeling tot een effectieve gevangenisstraf van minstens één jaar. Sedert de nieuwe wet kan deze aanhouding slechts uitgesproken worden ingeval van een veroordeling tot een effectieve gevangenisstraf van minstens drie jaar.

Voor zware misdrijven, zoals terroristische misdrijven en zedenmisdrijven, blijft een veroordeling tot een effectieve gevangenisstraf van minstens één jaar daarentegen voldoende om de onmiddellijke aanhouding te kunnen bevelen.

 

Waarom deze wijziging ?  De nieuwe wet wil de onmiddellijke aanhouding reserveren voor de gevallen waarin dit ook opportuun is.  Het verleden leerde immers dat de onmiddellijke aanhouding te vaak bij veroordelingen bij verstek werd uitgesproken,  waarna er verzet volgde en de straf in vele gevallen herleid werd naar een gevangenisstraf van minder dan één jaar,  een werkstraf of een vrijheidsstraf met uitstel.  Vervelende conclusie:  deze veroordeelden verbleven dus slechts enkele dagen nodeloos in de gevangenis, een situatie die men nu vermijdt.  De praktijk leert trouwens ook dat de uitvoering van gevangenisstraffen van minder dan drie jaar vaak via elektronisch toezicht wordt geregeld.  Ook in deze gevallen heeft de onmiddellijke aanhouding weinig zin.

 

Door de drempel om de onmiddellijke aanhouding uit te spreken gevoelig te verhogen, heeft de wetgever aan deze situaties  een einde willen maken  !

 

Dus naast de werkstraf, vrijheidsstraf met uitstel en elektronisch toezicht, nu minder kans op onmiddellijke aanhouding en effectieve gevangenis.

 

Wens je meer informatie,   contacteer ons:

 

Johan DEHAESE 

Advocaat DEHAESE & DEHAESE Advocatenkantoor

strafrecht

verzekerings- & aansprakelijkheidsrecht

contact

 

ONMIDDELLIJKE AANHOUDING BIJ VEROORDELING DOOR RECHTBANK VANAF NU SLECHTS MOGELIJK BIJ ZWARE GEVANGENISSTRAF
ONMIDDELLIJKE AANHOUDING BIJ VEROORDELING DOOR RECHTBANK VANAF NU SLECHTS MOGELIJK BIJ ZWARE GEVANGENISSTRAF