Het stakingsrecht. Artikel 6.4 Europees Sociaal Handvest.

Volgens verschillende mediabronnen zal de nationale staking woensdag 13 februari 2019 een staking van nooit eerder geziene omvang zijn. Wat willen de drie grootste vakbonden nu met deze nationale stakingsdag afdwingen?

Onder meer hogere loonstijgingen, verhoging van de minimumlonen, waardige pensioenen, herziening van de eindeloopbaanregelingen, betere mogelijkheden tussen werk en privé en betere alternatieven woon-werkverkeer.

De belangrijkste rechtsgrond van het stakingsrecht is te vinden in artikel 6.4 van het Europees Sociaal Handvest. De werknemer en de werkgever hebben het recht tot collectief optreden in gevallen van belangengeschillen.

Momenteel is er dus in ons land sprake van een collectief conflict en hebben werknemers het recht om hun onderhandelingspositie te versterken door middel van het organiseren en uitoefenen van collectieve acties.

Er zijn verschillende acties die op touw kunnen worden gezet om druk uit te oefenen bij de werkgever teneinde de gestelde eisen kracht bij te zetten.

Hierbij valt te denken aan stiptheidsacties, langzaamaanacties, betogingen, stakingspiket, wegblokkades of bedrijfsbezetting.

De werkgever kan op haar beurt weer reageren met de uitsluiting of lock-out, openlijke afkeuring of het belonen van werkwilligen.

Bij geschillen kan een procedure voor de rechtbank worden gestart. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg is op elk moment bevoegd. De rechtbank spreekt zich niet uit over de gegrondheid van de eis maar wel over subjectieve of materiele schade die het gevolg zijn van welbepaalde acties.

Ondanks dat een staking een correct drukmiddel is om de positie van de werknemer ten opzichte van de werkgever of wetgever te versterken, brengt een stakingsdag ook een aantal (nadelige) gevolgen teweeg voor diezelfde werknemer.

De werknemer heeft bijvoorbeeld geen recht op loon, in sommige gevallen geen recht op gewaarborgd loon, werkloosheidsuitkeringen en de werknemer kan problemen ondervinden bij de erkenning van een arbeidsongeval. Er kunnen ook problemen ontstaan bij de opbouw van het recht op werkloosheidsuitkeringen, ziekte-uitkeringen of de berekening van eindejaarspremies en dergelijke.

Positief is dan weer dat indien de staking waaraan een werknemer heeft deelgenomen erkend wordt door de vakbond waar hij of zij lid van is, deze werknemer een stakersvergoeding kan ontvangen.

Tot slot geldt er een strikt verbod om tijdens een staking of uitsluiting uitzendkrachten tewerk te stellen. Indien een werkgever tijdens de staking het werk laat verrichten door uitzendkrachten dan worden deze contracten geacht te zijn omgezet in contracten van onbepaalde duur. Daarnaast loopt de werkgever het risico gestraft te worden op basis van het Sociaal Strafwetboek met als sanctie het betalen van een geldboete. Uitzendkrachten hebben bovendien tijdens de stakingsacties geen recht op loon.

Wij staan voor u klaar indien u specifieke vragen heeft over het stakingsrecht, arbeidsrecht en sociaal zekerheidsrecht.

Kelly de Groof

Advocaat DEHAESE & DEHAESE Advocatenkantoor  contact

                                                                           arbeidsrecht-sociaal zekerheidsrecht-sociaal strafrecht

Het stakingsrecht.  Artikel 6.4 Europees Sociaal Handvest.
Het stakingsrecht.  Artikel 6.4 Europees Sociaal Handvest.