Arbeidsongevallenwetgeving nu ook voor ‘kleine statuten’

De ‘kleine statuten’ zijn personen die arbeid verrichten in het kader van een opleiding tot betaalde arbeid. Deze kleine statuten vielen in het verleden niet onder het toepassingsgebied van de arbeidsongevallenwet (AOW), gelukkig werd hier recent verandering in gebracht.

De reden tot uitbreiding van het toepassingsgebied van de AOW is de nood om een uniforme regeling uit te werken voor alle personen met een leerwerkcontract. De maatschappelijke veranderingen leerden dat vele nieuwe vormen van werkplekleren zich ontwikkelden. De enkele toepassing van de AOW voor de leerlingen vallende onder de RSZ-wet, bleek niet meer voldoende. Het was immers zo dat voor iedere nieuwe vorm van werkplekleren, nieuwe uitvoeringsbepalingen van de regelgeving met betrekking tot de arbeidsongevallen toegepast moesten worden. Hoog tijd voor een harmonisatie dus! De wet die de AOW uitbreidt voor personen met een ‘klein statuut’ werd eerder dit jaar gepubliceerd. Het Koninklijk Besluit ter uitvoering van de nieuwe regeling, stelde eind september de datum van inwerkingtreding van deze wet vast. De AOW zal voor iedereen met een ‘klein statuut’ van toepassing zijn vanaf 1 januari 2020.

Maar wat betekent deze verandering nu concreet?

Ten eerste worden alle personen met een leerwerkcontract vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe wet op een gelijke wijze beschermd. De vroegere, al dan niet verplichte, gemeenrechtelijke polis met een gelijkaardige schadeloosstelling als in de AOW, wordt vervangen door de eigen regeling van de AOW.

Ten tweede zal de onderneming waar de persoon in opleiding arbeidsprestaties verricht, aanzien worden als werkgever. Dit heeft tot gevolg dat deze onderneming de werkgeversverplichtingen ten aanzien van de persoon in opleiding moet nakomen. In bepaalde gevallen, zoals vermeld staat in eerder vernoemd Koninklijk Besluit, komen de werkgeversverplichtingen toe aan de instantie die de opleiding organiseert. Een overzichtelijke lijst van de leerwerkcontracten en de instanties die als werkgever worden beschouwd, kan gevonden worden op de website van Fedris. De concrete werkgeversverplichtingen zijn:

  • Het verrichten van de Dimona aangfite, dit is het elektronische bericht waarmee de werkgever iedere indiensttreding en uitdiensttreding van een werknemer aangeeft bij de RSZ;

  • Het afsluiten van een arbeidsongevallenverzekering (ook arbeidswegongevallen);

  • De aangifte van arbeids(weg)ongevallen.

Ten derde zullen de personen met een ‘klein statuut’ dezelfde bescherming genieten als de leerlingen. Hierin wordt thans op voornoemde lijst van Fedris wel een onderscheid gemaakt. Enerzijds geldt de gewone regelgeving met de volledige sociale bescherming, deze wordt aangeduid met ‘F1’. Anderzijds wordt ook voorzien in een bijzondere regeling, de personen onder deze regeling krijgen een beperktere sociale bescherming, deze krijgt de ‘F2’ indicatie.

De voornoemde F1 bescherming bestaat uit:

  • Een verzekeringsdekking voor ongevallen in de school of opleidingsinstelling alsmede op de trajecten naar en van;

  • Terugbetaling van kosten voor geneeskundige verzorging zoals voorzien in de AOW;

  • De berekening van het basisloon voor de vergoeding bij een tijdelijke arbeidsongeschiktheid, gebeurt als volgt:

  • 12 x het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen

  • Voor minderjarigen: het minimumbedrag van het basisloon voor minderjarige werknemers, zolang de getroffene minderjarig is en de vorming geen einde kent;

  • De berekening van het basisloon voor de vergoeding bij een blijvende arbeidsongeschiktheid of overlijden gebeurt als volgt:

  • 18 x het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen.

De bijzondere regeling F2 met een beperktere sociale bescherming bestaat uit:

  • Een verzekeringsdekking voor praktijkwerkzaamheden in de onderneming en trajecten van en naar de onderneming;

  • Terugbetaling van kosten van geneeskundige verzorging is beperkt tot het remgeld dat na tussenkomst van de ziekteverzekering ten laste van de getroffene blijft;

  • Geen vergoeding voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid;

  • De berekening van het basisloon voor de vergoeding bij een blijvende arbeidsongeschiktheid of overlijden gebeurt als volgt:

  • 12 x het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen.

 

Aldus ter conclusie, een ruimere bescherming voor de kleine statuten.

Wenst u meer informatie? Contacteer ons. arbeidsongevallen

DELPHINE GEYPEN

Advocaat in Dehaese&DEHAESE Advocatenkantoor

 

 

 

 

 

 

Arbeidsongevallenwetgeving nu ook voor ‘kleine statuten’
Arbeidsongevallenwetgeving nu ook voor ‘kleine statuten’