Intellectuele eigendomsrechten in een arbeidsrelatie. Wie is eigenaar van het ontwerp?

Werknemers die een werk creëren met een waarde als intellectuele eigendom. Wie is eigenaar? 
Het komt vaker voor: werknemers die in het kader van hun arbeid werk ontwikkelen dat beschermd wordt of kan worden door intellectuele eigendomsrechten: het schrijven van artikels, het maken van foto’s, het uittekenen van ontwerpen en designs, het creëren van softwareprogramma’s, het werken aan innovatieve uitvindingen…
Wanneer de creatie van de werknemer ook een bepaalde economische waarde heeft of wanneer de arbeidsrelatie ten einde komt, rijst plots de discussie over wie eigenaar is van de intellectuele eigendomsrechten m.b.t. deze creatie.
Het antwoord op deze belangrijke vraag is niet zo eenduidig als u op het eerste zicht wel zou denken.

Uitgangspunt : het wettelijk vermoeden van overdracht

Voor bepaalde intellectuele eigendomsrechten geldt een wettelijk vermoeden van overdracht van auteursrechten, met name het auteursrecht op alle modellen, databanken en computerprogramma’s die in het kader van een arbeidsrelatie worden gecreëerd door een werknemer. De auteursrechten m.b.t. deze werken komen automatisch aan de werkgever toe, tenzij er een andersluidende regeling wordt opgenomen in bv. de arbeidsovereenkomst. De werknemer kan zich niet verzetten tegen de exploitatie van deze werken door de werkgever.
Dit vermoeden geldt echter niet m.b.t. alle andere werken die door de werknemer worden gecreëerd en auteursrechtelijke bescherming genieten, zoals teksten, muziek, foto’s, audiovisuele werken, presentaties, audiovisuele creaties en dergelijke meer. Hier geldt net het tegenovergestelde: de auteursrechten m.b.t. deze werken komen in principe toe aan de werknemer, behoudens andersluidende contractuele regeling. Dit betekent dat de werkgever enkel gebruik mag maken van deze werken indien hiervoor de schriftelijke toestemming van de werknemer werd bekomen, bv. in de arbeidsovereenkomst of het arbeidsreglement.

Octrooien
Voor uitvindingen, die beschermd worden door het octrooirecht, bestaat er geen wettelijke regeling indien deze gedaan worden door een werknemer in het kader van de arbeidsrelatie. Dit betekent echter niet dat hierover geen juridische principes bestaan. Overeenkomstig de Belgische rechtspraak en rechtsleer moet er een onderscheid moet gemaakt worden tussen drie soorten uitvindingen. Ten eerste zijn er de dienstuitvindingen, uitvindingen van werknemers die rechtstreeks voortvloeien uit het dienstverband en die ook onder de functiebeschrijving van de betrokken werknemer vallen. De intellectuele eigendomsrechten m.b.t. deze uitvindingen komen in elk geval toe aan de werkgever. Daarnaast zijn er de afhankelijke uitvindingen, uitvindingen van een werknemer die weliswaar verband houden met de activiteiten van de werkgever, maar niet rechtstreeks vallen onder de functiebeschrijving van de werknemer. Hierover bestaat geen eenduidigheid in de rechtspraak en rechtsleer.

Afhankelijk van de concrete omstandigheden zullen de intellectuele eigendomsrechten toegekend worden aan de werkgever dan wel aan de werknemer. Tot slot zijn er vrije uitvindingen die niet in verband staan met de arbeidsrelatie. De intellectuele eigendomsrechten m.b.t. deze uitvindingen komen in elk geval toe aan de werknemer.

Besluit
Zonder contractuele regeling tussen de werkgever en werknemer, kunnen beiden wel eens voor onaangename verrassingen staan met betrekking tot de intellectuele eigendomsrechten op de creaties die in het kader van een arbeidsrelatie tot stand komen. Ook hier : goede schriftelijke afspraken zijn van cruciaal belang, waardoor men veel dure betwistingen en onduidelijkheden vermijdt.
Best wordt bij een nieuwe arbeidsrelatie aandacht besteed aan de contractuele bepalingen inzake intellectuele eigendomsrechten. Bij het einde van de arbeidsrelatie moet hierbij ook worden stilgestaan.
Ook hier in alle situaties: beter voorkomen dan genezen : de bijstand van een advocaat gespecialiseerd in deze materie biedt hierbij belangrijke voordelen.

Heeft u vragen over intellectuele eigendomsrechten, al dan niet in het kader van de arbeidsrelatie? Contacteer ons.

Tom Daems
Advocaat Associate
Master in de Intellectuele Rechten en ICT-recht K.U. Leuven
DEHAESE & DEHAESE Advocatenkantoor

Deel via: