Autolaadpalen in kelders van appartementsgebouwen
Het is een bekend gegeven dat de aankoop van elektrische auto’s steeds meer toeneemt. Dit heeft tot gevolg dat er ook meer en meer laadpalen worden geïnstalleerd bij mensen thuis, maar ook in de gemeenschappelijke parkeergarages van appartementsgebouwen. Uiteraard brengt dit ook verschillende risico’s met zich mee.
Wat gebeurt er bijvoorbeeld als een mede-eigenaar zijn elektrische auto oplaadt in de ondergrondse garage van het gebouw en er ontstaat hierdoor een brand? Welke verzekering komt dan eerst tussen, en wie is uiteindelijk verantwoordelijk?
In dit artikel bekijken we hoe de schadevergoeding wettelijk en praktisch geregeld is, met bijzondere aandacht voor de blokpolis, de BA-autoverzekering, aansprakelijkheid en de bijhorende regelgeving.
Wie is verantwoordelijk?
Appartementseigenaars laten steeds meer een “thuislader” installeren in hun privatieve ondergrondse parking via hun private elektriciteitsmeter. Dit betreft bijgevolg een elektrische laadpaal die enkel door de eigenaar van de privatieve kavel kan gebruikt worden.
Overeenkomstig artikel 3.82 van het Burgerlijk Wetboek (voorheen 577-4 §4), is het voor één van de mede-eigenaars wettelijk toegestaan om laadpalen te laten plaatsen in de gemeenschappelijke delen. De eigenaar moet de syndicus minstens twee maanden op voorhand schriftelijk informeren. Wordt er geen bezwaar gemaakt, dan mag de installatie doorgaan.
Voorlopig bestaat er in Vlaanderen nog geen regelgeving met betrekking tot het plaatsen van laadpalen in ondergrondse garages, en de impact ervan op de brandveiligheid in appartementsgebouwen.
Wanneer er een brand ontstaat aan de privatieve laadpaal, zal dan ook de eigenaar van de privatieve buitencontractueel aansprakelijk kunnen gesteld worden voor de schade die de gemeenschap hierdoor heeft geleden.
De rol van de VME en het reglement van interne orde
In sommige situaties zal het installeren van een privatieve elektrische laadpaal verboden zijn door het reglement van interne orde, of zal hiervoor toestemming moeten gevraagd worden door de VME.
Daarnaast is het ook mogelijk dat in een appartementsgebouw enkel gemeenschappelijke laadpalen worden geïnstalleerd.
In dat laatste geval zal bij een gebeurlijke brand de gemeenschap (lees: VME) mogelijks buitencontractueel aansprakelijk worden gesteld.
Op dit ogenblik is het KB van 7 juli 1994, over de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing nog van toepassing.
Dit KB legt geen eisen of beperkingen op naar het type wagen en brandstof en dus ook niet voor het ondergronds opladen van elektrische wagens.
Het is aldus van groot belang dat over de installatie van elektrische laadpalen duidelijke afspraken worden gemaakt binnen de VME.
Het is aangewezen dat de VME’s technisch advies inwinnen wanneer meerdere opladers in een ondergrondse garage van een appartementsgebouw worden geplaatst. Dit kan immers leiden tot onvoldoende leveringscapaciteit vanuit het elektriciteitsnet met alle risico’s van dien.
Verzekering tegen brand door elektrische laadpalen
Wanneer er een brand ontstaat omwille van een gemeenschappelijke laadpaal, is het aangewezen dat hiervoor aangifte wordt gedaan bij de blokpolis van het appartementsgebouw.
In principe zal de blokpolis immers schadegevallen moeten dekken ingevolge een brand die ontstond door een laadpaal voor elektrische auto’s, gemonteerd binnen het appartementsgebouw. Deze blokpolis is soms ook gekend als ‘de syndicuspolis’ of ‘verzekering mede-eigendom’.
De syndicus sluit deze verzekering af voor het volledige gebouw in opdracht van de VME .
Zowel voor de private delen (de appartementen) als de gemeenschappelijke delen (hal, trappen, liften …) van het gebouw worden schadegevallen ingevolge brand, water, stormen in de blokpolis gedekt.
Belangrijk om te weten is dat de inrichting en inboedel meestal niet verzekerd zijn. Bij gebeurlijke brand is het dus aangewezen dat de blokpolis grondig wordt gecontroleerd, en wordt onderzocht welke schade allemaal is gedekt.
Voorkomen is uiteraard beter dan genezen. Het is dan ook aangewezen om reeds bij aanvang van de blokpolis, grondig onderzoek voeren en desgevallend de polis na te laten lezen door specialisten terzake.
Als de oorzaak van een brand ligt bij een defect van de laadpaal, is de schade aan deze laadpaal alleszins niet verzekerd door de blokpolis omdat dit niet kan beschouwd worden als gevolgschade.
De eigenaar van de laadpaal kan uiteraard wel pogen de schade te verhalen op de leverancier van de laadpaal.
De tussenkomst van de BA-autoverzekering
De verplichte verzekering Burgerlijke Aansprakelijkheid (BA) voor voertuigen dekt in principe schade veroorzaakt door het voertuig in het verkeer. In de praktijk betekent dit dat de dekking zich meestal beperkt tot situaties waarbij het voertuig actief deelneemt aan het verkeer.
Schade die ontstaat tijdens het opladen van een elektrische auto in een private ondergrondse garage valt doorgaans niet onder deze BA-dekking, vermits het voertuig niet ‘in verkeer is’.
Er is wel nog juridische discussie over de interpretatie van ‘deelname aan het verkeer’ in dit soort situaties, maar de meeste verzekeraars sluiten deze schade expliciet uit.
Aandachtspunten
Belangrijk om te begrijpen, is dat de blokpolis enkel zal tussenkomen voor de vergoeding van de materiële schade aan het gebouw, wanneer dit risico uitdrukkelijk en voorafgaand werd gemeld aan de blokverzekeraar.
Daarbij is het eveneens van belang dat de laadpalen ook conform de juiste correcte normen werden geïnstalleerd.
Na de schaderegeling, kan de blokverzekeraar gebruik maken van zijn recht op en nagaan of verhaal mogelijk is op een aansprakelijke partij.
Dit kan de eigenaar van de elektrische auto zijn als hij nalatig was of de installateur of fabrikant van de laadpaal indien er sprake is van een technisch defect of foutieve plaatsing.
Als niemand juridisch aansprakelijk wordt bevonden, blijft de blokpolis de uiteindelijke drager van de schade.
Ons kantoor assisteert eigenaars van appartementen en VME’s bij het afsluiten van verzekeringen, adviseert over basisaktes van VME’s en verifieert verzekeringscontracten op hun doelmatigheid, de bedongen vrijstellingen en de uitsluitingen waarvoor geen dekking voorzien is.
Onze advocaten verzekeringsrecht en bouwrecht staan verzekerden en verzekeringsmaatschappijen bij in de afwikkeling van schadegevallen.
Zij geven advies en begeleiden juridische conflictsituaties, soms via bemiddelingsprocedure en desnoods via een gerechtelijke procedure voor de bevoegde Rechtbank.
Heeft u vragen? Contacteer ons telefonisch, per mail of boek digitaal een afspraak met ons kantoor.
Bram Maes
Advocaat
DEHAESE & DEHAESE Advocatenkantoor
