Nieuwe wijziging: de hervorming van het gunstregime voor auteursrechten. Ben je nog origineel genoeg?

Reeds in 2008 werd een fiscaal gunstregime ingevoerd voor de inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten. Doelstelling van dit regime was het creëren van een belastingregime voor kunstenaars dat aansluit bij hun draagkracht, onder meer gelet op het onregelmatig en wisselvallig karakter van hun inkomsten. Dit fiscaal gunstregime had echter een ruim toepassingsgebied, zodat dit ook toepasbaar én erg populair was voor andere beroepsgroepen zoals architecten, freelance-journalisten, lesgevers, de IT-sector,… In een eerdere bijdrage werd reeds een overzicht geboden van de belangrijkste principes van dit gunstregime. Sinds 1 januari 2023 is dit fiscaal gunstregime grondig gewijzigd, dit in een poging om terug te keren naar de oorspronkelijke doelstellingen ervan. Dit heeft echter ingrijpende gevolgen voor op het toepassingsgebied ervan.

Basisprincipes van het oorspronkelijk gunstregime
Het basisprincipe van het fiscaal gunstregime voor de inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten was het volgende: de inkomsten uit zowel de cessie als de concessie van auteursrechten en naburige rechten werden beschouwd als roerende inkomsten, dit met een plafond van € 64.070,00 voor het aanslagjaar 2023. Voornoemde inkomsten werden vervolgens belast aan een tarief van 15 % in de personenbelasting en in de roerende voorheffing, hetgeen uiteraard voordeliger is dan de belasting die men dient te betalen op beroepsinkomsten. Daarenboven kon er toepassing worden gemaakt van een forfaitaire kostenaftrek van 50 % op de eerste schijf van € 17.090,00. Voor de tweede schijf van € 17.090,00 tot 34.170,00 betrof dit voor aanslagjaar 2023 een forfaitaire kostenaftrek van 25%.

Verenging van het materieel toepassingsgebied
Om nog in aanmerking te komen voor het fiscaal gunstregime moet er thans sprake zijn van inkomsten verkregen uit overdracht of verlening van een licentie door de oorspronkelijke rechthebbende, zijn erfgenamen of legatarissen van auteursrechten en naburige rechten, zoals bedoeld in boek XI, titel 5 van het WER, alsook van de wettelijke en verplichte licenties die bij wet zijn geregeld. Het voorgaande heeft onder meer tot gevolg dat computerprogramma’s en databanken, dewelke niet vallen onder boek XI, titel 5 van het WER lijken te worden uitgesloten van het fiscaal gunstregime. Daarenboven moet de overdracht of verlening van een licentie gebeuren met het oog op de exploitatie of het daadwerkelijk gebruik van deze rechten. Een louter theoretische overdracht met het oog op het bekomen van het fiscaal gunstregime wordt aldus uitdrukkelijk bij wet verboden.

Verenging van het personeel toepassingsgebied
Door de hervorming kan er bovendien enkel toepassing gemaakt worden van het fiscaal gunstregime wanneer de oorspronkelijke rechthebbende beschikt over een kunstwerkattest of wanneer de rechthebbende deze rechten overdraagt of in licentie geeft aan een derde voor mededeling aan het publiek, voor openbare uitvoering of opvoering, of voor reproductie. Deze voorwaarde lijkt dan ook een belangrijke hinderpaal voor de situaties waarin auteursrechtelijk beschermde werken ter beschikking worden gesteld in één-op-één situaties.

Wijziging van de grensbedragen
Het absoluut grensbedrag van € 64.070,00 voor het aanslagjaar 2023 blijft behouden. Indien echter het absoluut grensbedrag gedurende de vier belastbare tijdperken voorafgaand aan het betrokken belastbaar tijdperk gemiddeld wordt overschreden, dan wordt het volledig inkomen uitgesloten van het gunstregime tijdens het betrokken belastbaar tijdperk. De wetgever is immers van oordeel dat het inkomen in dat geval geen onregelmatig en wisselvallig karakter meer heeft en aldus niet voor het gunstregime in aanmerking komt. Daarenboven wordt er een relatief grensbedrag ingevoerd: de vergoeding voor overdracht en licentie mag vanaf het aanslagjaar 2026 maximaal 30% van de totale bezoldiging of vergoeding bedragen. Voor de aanslagjaren 2024 en 2025 geldt een relatieve grens van respectievelijk 50% en 40%.

 Controle door de fiscus
Zowel zelfstandigen als werkgevers kunnen nog steeds gebruik maken van het fiscaal gunstregime voor auteursrechten. De fiscus kan de kwalificatie van inkomsten als inkomsten uit auteursrechten echter betwisten indien blijkt dat er in werkelijkheid geen auteursrechtelijk beschermde werken tot stand werden gebracht. Basisvoorwaarde voor auteursrechtelijke bescherming blijft dan ook de originaliteit van de creatie: het werk moet de persoonlijkheid van de auteur weerspiegelen. Er moeten met andere woorden vrije en creatieve keuzes worden gemaakt dewelke in een concrete vorm tot uiting worden gebracht.

Aanbevelingen voor de praktijk
Gelet op de hoger besproken verstrengingen zullen minder belastingplichten van het fiscaal gunstregime voor auteursrechten kunnen genieten vanaf 1 januari 2023. Er is enkel een beperkte overgangsregeling voorzien voor belastingplichtigen die voor aanslagjaar 2023 wel van het gunstregime genoten, doch voor aanslagjaar 2024 buiten het toepassingsgebied vallen. Van cruciaal belang is dan ook het opstellen van een sluitende overeenkomst omtrent de overdracht van auteursrechten en de vergoeding voor de geleverde prestaties. Enkel indien met het verstrengde toepassingsgebied rekening wordt gehouden, kan men nog met een gerust hart genieten van het fiscaal gunstregime voor auteursrechten. In geval van twijfel kan er een ruling worden aangevraagd bij de Dienst Voorafgaande beslissingen in fiscale zaken.

Heb je vragen over het fiscaal gunstregime voor auteursrechten en over concrete toepassingen?
Aarzel niet om onze specialisten intellectuele rechten te contacteren.
Contacteer ons telefonisch, per mail of boek digitaal een afspraak met ons kantoor. 

Tom DAEMS
advocaat -associate
DEHAESE & DEHAESE Advocatenkantoor


Deel via: